De opbouw van FireTerminator®Net

Het FireTerminator®Net systeem is onderverdeeld in:
   1.  Early Warning Detection
   2.  FireTerminator®Net Local Unit
   3.  FireTerminator®Net Centrale (Central Unit)

Early Warning Detection
Early Warning Detection maakt gebruik van kleine meetinstrumenten die dichtbij het te beveiligen object worden aangebracht. Er wordt gemeten met behulp van twee sensoren: één sensor voor temperatuur en één sensor voor het meten van rook en stof. De gemeten waarden worden doorgegeven aan een computer.

FireTerminator®Net Local Unit
De Local Unit wordt geplaatst bij elk te beveiligen object. Door communicatie met de Central Unit en het bijgeleverde softwarepakket wordt (in het uiterste geval) een klep geopend die zorgt voor blussing in het desbetreffende apparaat. Alle overige apparatuur wordt ongemoeid gelaten en functioneert feilloos door. Hiermee creëert u maximale zekerheid voor uw bedrijfscontinuïteit.

FireTerminator®Net Centrale (Central Unit)
In deze centrale kast vindt de besturing plaats van en naar de beveiligde apparatuur en de bluscilinder(s). In de Central Unit worden meetgegevens geanalyseerd door de meegeleverde software. Dit draagt zorg voor een naadloze analyse van hetgeen zich afspeelt in uw apparatuur. De logbestanden geven u exacte gegevens over de conditie van uw apparatuur aan de hand van een aantal variabelen. Daarmee kunt u actie ondernemen om een mogelijke calamiteit te voorkomen. Mochten alle waarschuwingen genegeerd worden en leidt dit tot een kritieke temperatuurhoogte en rookontwikkeling, dan zal uiteindelijk automatisch één of meerdere keren geblust gaan worden in het apparaat.